3e Compagnie

 

Na de actie om de Mliripsluizen in maart 1947, (zie ook operatie Ideaal), vertrok de compagnie naar een eigen patrouillegebied met als taak de beveiliging van de weg naar Perning. In Modjokerto, Legoendi en Soember Rame werden eenheden van de compagnie gestationeerd. Het tweede peloton kwam onder bevel van 2-5 RI. Medio april trok men hogerop, richting Pandanaroem, Poegeran, Djaboeng en Bakalan. Veel bestands- schendingen kwamen hier voor en op 30 mei werd sold. Nagelhout ernstig gewond bij een beschieting.

Tijdens de eerste politionele actie kreeg de compagnie de opdracht de opmars te beginnen richting
Patjet.O.l.v. luit.Kivit werd de bergweg Patjet - Trawas veilig gesteld.(post Puk).
Hierna trok men via Malang in augustus door naar Pakisadji, waar posten werden overgenomen van de mariniers.Het tweede peloton kwam bij de verwoeste suikerfabriek Kebon Agoeng.

Maj.Veninga comm. 3e compagnie
Op de TNI heroverde runderen die door de republikeinen meegenomen waren, maar aan de goede kant van de demarcatielijn bleven grazen

 

Ardjoeno-tocht maart 1948 (via R.Klaassen en H.Joosten)

Patrouillerapport no.214 van 30 maart 1948 geeft nauwkeurig aan wat de opdracht was van deze sectie van de 3e compagnie die vanuit Djoenggo vertrok richting Soemberbrantas en Djoerangkoeali, nl. "patrouille ter verzekering van orde, rust en gevangenneming van eventuele aanwezige vijandelijke elementen; tevens controle op verkeer Batoe-Patjet en omgekeerd. Route: Djoenggo, Soemberbrantas, Djoerangkoeali, verkenning natuurmonument Ardjoeno-Lalidiwo.Terugweg van patrouille over Ardjoenotop, zuidwaarts via Papak en Gragal naar Karangan.

 
Op weg naar Djoerangkoeali

De patrouille aan de snert

Overnachting in Djoerangkoeali

Op weg naar de top van de Ardjoeno
( de reebout aan de koppel)

   
De vlag van 3-3-5 RI op 3339 m ----------------------------------------Op de terugweg, 20 maart 1948
 
Deelnemers aan die gedenkwaardige tocht waren o.m. R.Klaassen en Evert Joosten.In de Regenboog geeft de laatste het volgende verslag:
 
De Ardjoeno overwonnen
Patrouillelopen is voor de meesten van ons een alledaagse bezigheid geworden. Je hebt zelfs al lui die zich niet lekker voelen als ze eens een hele week niet op patrouille hoeven. Van de meeste patrouilles is dan ook niet veel bijzonders te verhalen, maar zo af en toe wordt er nog wel eens een minder alledaagse tocht gemaakt waar dan wel het een en ander van te verhalen is. Zo'n patrouille hebben wij laatst eens gehad en vandaar het onderstaande.De eerste dag ('t was een tweedaagse) tippelden we naar Djoerangkoeali, een kampong, gelegen in de pas tussen Andjasmoro en Ardjoeno- gebergte. Het was de bedoeling, dat we daar zouden overnachten om dan de volgende dag over de goenoeng Ardjoeno naar Batoe terug te wandelen. Hetgeen we inderdaad gedaan hebben. We sliepen die nacht dus in een kamponghut en onze "tempat tidoer" bestond uit wat planken en een deken. Nou verbeelden we ons wel eens, dat we al heel wat gewend waren, maar eerlijk gezegd heb ik die nacht verschillende keren met weemoed aan mijn tempatje in Batoe gedacht. Toen ik 's morgens om half vijf voor de zoveelste keer wakker werd, ben ik maar opgestaan, zonder dat ik me erg uitgerust voelde. Het duurde niet lang of de hele bende kwam overeind en het eerste werk was toen een flinke hap eten klaar te maken. Die "hap" bestond uit erwtensoep met worst uit blik, zo regelrecht uit Nederland vandaan. Nou kun je lachen of grinniken, net wat je wilt, of voor mijn part iets over T.K. mompelen, maar het smaakte zo: 2 duimen omhoog.

Tegen een uur of zes, het was nog donker, vertrokken we dan. Eerst volgden we een pad door de onderneming Soemberbrantas, dat al direct flink begon te klimmen. Even voor het natuurmonument passeerden we een open stuk, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden op Batoe en omgeving. ln het natuurmonument vonden we een goed onderhouden pad, zodat we ondanks het klimmen behoorlijk opschoten. Hoewel het er allesbehalve warm was werd er toch nog menig zweetdruppeltje gelaten. We kwamen ook nog een plaats tegen waar zwaveldampen uit de bodem opstegen en voor we er goed en wel erg in hadden zaten we er midden in. Het maakte een sprookjesachtige indruk, maar omdat we 'm een beetje knepen voor dat gasserige gedoe zijn we maar als de bliksem doorgetippeld. Nadat we tussen twee toppen, elk van ruim 3000 meter waren door getrokken, begon het pad belangrijk te dalen, terwijl het een bocht om de tweede top maakte. Op een hoogte van 2700 meter kwamen we aan een paar bergweitjes, waar heel wat reeŽn bleken te ziften. Een ervan werd neergelegd. We hielden meteen onze middagrust, want het was inmiddels al half twaalf geworden. Nauwelijks hadden we gegeten of het begon te regenen, zodat we besloten om meteen maar weer te starten voor de laatste etappe. De reebok, die inmiddels van z'n overtollige onderdelen was ontdaan, werd natuurlijk meegenomen.Het laatste stuk (van de tocht en niet van de bok) was tevens het zwaarste, want je moest hier over een afstand van 1 kilometer maar even 600 meter stijgen. Na korte tijd zag dan ook niemand kans meer de bok nog mee te sjouwen. We hadden geen tijd meer tc verliezen, zodat we besloten de beste bouten er af te hakken en de rest achter te laten.

Ondertussen hadden we een prachtig gezicht op de Kembar l en II en de Welirang, totdat we op ongeveer 3100 meter plotseling boven de wolken kwamen. De regen was afgelopen en zowel letterlijk als figuurlijk zagen we de zon weer schijnen. Niet voor drie uur bereikten we het hoogste punt. Tot onze verwondering vonden we er een rood-wit-blauwe vlag en uit een papiertje, dat er bij lag, bleek, dat de Compie van 4-5 Rl ons precies een week was voorgeweest. Het was eerst even stil en toen feliciteerden we elkaar met de overwinning op de Goenoeng Ardjoeno. Doordat we boven de wolken zaten hadden we totaal geen uitzicht, maar ook dit had z'n aparte bekoring. We zagen alleen de kale rotsen met een paar lage struiken en verder niets dan wolken en nog eens wolken en boven ons een strakke blauwe lucht. Nadat we onze vlag met de letters 3-3-5 RI naast de vlag van 3-4-5 RI geplaatst hadden begon de terugtocht over de zuidelijke helling.

Oeze helling was vrij steil en het pad over de nogal smalle kam liep zig-zag. Je wandelde 8 meter naar links, 8 meter naar rechts, 8 meter naar links enz. totdat het je begon te duizelen. Was je zover, dan begon het opnieuw: 8 meter naar links, 8 meter naar rechts, 8 meter naar links enz., zodat je op het laatst begon te wanhopen dat er nog ooit een eind aan zou komen. Op sommige plaatsen was het pad door de regen zo glad geworden, dat je af en toe ook nog eens "onderuit " ging. Eerst beschouwden we dit nog als een welkome afwisseling, maar het begon toch ook al gauw te vervelen. Toen het donker werd waren we nog maar ergens bij de goenoeng Papak en we wandelden nog steeds eerst naar links en dan naar rechts, enfin, je weet het nu zo zoetjes aan wel. Om negen uur kwamen we met knikkende knieŽn eindelijk in Karangan aan. Hier werd meteen gebeld om een wagen, die al gauw kwam, zodat we om tien uur weer op onze basis teruggekeerd waren. De meesten zijn wel twee of drie dagen gekraakt geweest, maar ik geloof niet, dat er ook maar ťťn bij was, die er spijt van had de tocht te hebben meegemaakt. Alles bij elkaar genomen was het immers een interessant "wandelingetje" en de volgende dag hadden we nog een mals reeboutje. Vraag echter niet:"Wanneer gaan jullie weer?", want dan kon je wel eens een paar woorden te horen krijgen, die je in "De Regenboog" tevergeefs zult zoeken.