4e Compagnie
 
In november 1947 kwam de 4e cie in Dadaptoelis, Areng Areng, Pendem en Bedji, ten zuiden van Batoe. De voornaamste taak was de weg van Malang naar Batoe te beveiligen. Over het algemeen brak er nu een rustige periode aan. In de eerste maanden van 1948 werd het aantal posten van deze compagnie uitgebreid met Girimojo, Karangan en Soembersari. In april 1948 werd de gehele compagnie weer bij elkaar gevoegd in het beroemd geworden tentenkamp "Kampong Baroe"
 

Kampong Baroe - Tentenkamp 4e compagnie

 
Niet ver buiten het tentenkamp ontdekte men een vervallen boerderij. Onder leiding van sergeant Hobbelink, soldaat 1 Zuid en soldaat de Vries werd hier een kantine van gemaakt die de toepasselijke naam "Café-restaurant De Puinhoop" kreeg. Op zaterdag 1 mei werd onder toeziend oog van overste Acksen, majoor Thomasson, majoor Neisingh, luitenant Kivit en de Aalmoezenier het geheel geopend. Sergeant Groet verlootte een aantal taarten, waardoor 11 jongens met Nederland konden telefoneren.

Kapitein v.d.Weerd, commandant
 
Begin april 1949 verhuisde de compagnie van Loemadjang naar het gebied rond Pasoeroean en kwam terecht in Gondang-Wetan, Gratie, Redjoso, Ngoeling, Oemboelan, Pasrepan, Poespo en Plered. Voorheen zat hier 2-10 RI dat repatrieerde.
Het was een schijnbaar rustig gebied., omdat de republikeinse voorstanders de opdracht hadden gekregen elk vuurcontact met het Nederlandse leger te vermijden.
Toch werden regelmatig telefoonverbindingen doorgesneden, wegen versperd en bruggen vernield.
Bij een beschieting van de fouragewagen, op weg naar Gondang-Wetan, sneuvelde helaas een soldaat en werd een tweede gewond. Ook de weg naar Poespo lag vaak onder vuur, zodat drie leden van het bataljon verwondingen opliepen.
Men stond hier vrijwel machteloos tegenover, want de bevolking zweeg en werkte in het geheim mee aan de hinderlagen. Iedere hulp aan de "blanda's" werd nl. met moord en ontvoering gestraft door de republikeinen.

Na de "cease fire" van 11 augustus werden er besprekingen gevoerd met de TNI en werd de compagnie verspreid over Tjermee, Boeloredjo, Balongpangang, Soegio, Soekodadi en Doedoeksampean.
Hier startte men drie jaar geleden om de gebieden te herstellen met orde en vrede, zoals men de soldaten had verteld. Nu leek het erop alsof al die jaren voor niets waren geweest, daar ze (terug)gegeven werden aan de republikeinen.