Motortransportcompagnie
     
Legio verhalen kunnen er geschreven worden over dit onderdeel van 3-5 RI. Bij de opleiding in Kampen was het ltnt. Groeneveld die de manschappen deed beven wanneer er een deuk of kras in één van de voertuigen voorkwam. Onderhoud en rijlessen, proefritten en schilderwerk waren aan de orde van de dag. Toch verliep alles betrekkelijk rustig, afgezien van een paard, dat slecht paste tussen een bumper en een boom en met militaire eer begraven werd. In Soesterberg werd o.l.v. ltnt. Elgersma het materieel voor Indië opgehaald. Eenmaal aan boord van de Kota Agoeng waren zowel monteurs als chauffeurs te vinden achter een van de luchtkokers, waar oplossingen bedacht werden teneinde zeeziekte tegen te gaan, d.m.v. cardanische koppelingen aan de bedden!
 
Tijdens het verblijf op de buitenposten maakte men kennis met de modder, wat ten gevolge had dat trucks en bergingstrucks onvoorstelbaar vast kwamen te zitten en slechts met veel moeite losgetrokken konden worden. Bekend en berucht is het suikertransport geworden van Kremboeng naar Perak.Tijdens de Eerste Politionele actie werd het gehele transportmateriaal overgebracht naar Modjosari. Het werk bestond uit vervoer van troepen naar de demarcatielijn en daarna het transporteren van fourage, munitie en uitrustingsstukken. Tijdens het transport van de 4e compagnie naar Tretes liepen de motoren van de trucks warm en moest er vaak gestopt worden om kokende radiateuren af te laten koelen. In augustus 1947 vervoerde MT het gehele bataljon van Malang naar Batoe. Af en toe werd het wagenpark vernieuwd en zo konden sold. Ham, Roosmalen, Struylaart en Bleye met de nieuwe 3-tonners van het type Marmon Herrington zich tevreden stellen.
  Bij het opzetten van onderhoudswerkplaatsen werden ook tankstations en bandenafdelingen opgezet. Bekende namen waar men verbleef, waren Lawang, Blimbing en Nongkodjadjar. In Batoe was het MT die een complete draaimolen voor de Hollandse kermis in elkaar zette. Een op de dump gevonden onderstel van een oud kanon, was de basis van een van de succesvolstre attracties in die eerste dagen van juli 1948. Met las- en brandapparatuur werd alles buiten de garage opgebouwd, want het geheel was ongeveer 8 meter in doorsnee.Met een oude Ford V-8 motor werd het geheel aangedreven en was een daverend succes.
 
De grootscheepse verhuizing van MT naar Loemadjang vergde nogal wat werk en er brak een zware periode aan. Beschietingen en mijnen maakten het werk onaangenaam en gevaarlijk. Diverse malen zijn manschappen van motortransport op het nippertje ontkomen aan levensgevaarlijke situaties.Vooral het traject Lawang-Gerbo was berucht. Ook de verblijven moesten het ontgelden: er werden zelfs handgranaten in het BOS-complex gegooid.
 

In juni 1949 werd weer verhuisd, nu naar de sector Grissee waar het aanmerkelijk rustiger was. Van hieruit werd een ontzaglijke hoeveelheid water getransporteerd naar de buitenposten door vijf waterwagens, bestuurd door Scholten, Franken, van Denderen, Hunsche en Bokkers. Zelfs waterwagens konden slecht tegen water toen een ervan op een pontje over een kali door de remmen heenging.Een ander voertuig werd als verloren beschouwd toen dichtbij de demarcatielijn bij Sebaloe chauffeur Bogte in dekking moest gaan en zijn voertuig, genaamd "Koosje", door een groot aantal TNI-leden werd buitgemaakt. (Heden ten dage is de jeep nog steeds te zien, ingemetseld als monument)



Jaap Bogte met jeep 'Koosje'

 

Helaas verloor MT één van haar chauffeurs bij een tragisch ongeval in de laatste periode van het verblijf op Oost-Java, bij het opblazen van brugresten tussen Lamongan en Soegio.