Terugreis

 

Op woensdag 2 november 1949 was er in alle vroegte een bedrijvigheid waar te nemen op alle locaties waar zich eenheden van 3-5 RI bevonden.Voor de laatste maal werden de spullen gepakt en ingeladen in een lange colonne vrachtwagens, met als bestemming Perak, waar de "Tabinta" lag te wachten. Na een toespraak van kolonel Scheffelaar, de nieuwe commandant van de "A"-divisie, werd ingescheept.Onder de tonen van het Wilhelmus, gespeeld door de Piperband van de divisie, voer het schip weg van de kade om door de Straat van Madoera koers te zetten naar het westen. De terugreis was begonnen! Na bijna 37 maanden op Oost-Java was het er eindelijk van gekomen. In een persbulletin in Soerabaja werd dit als volgt vermeld: "3-5 RI gaat thuisvaren na drie jaar dienst in de tropen". Toch kon men niet in een keer door naar Holland want het bataljon werd ontscheept in Tandjong Priok en vandaar naar Batavia vervoerd waar men nog drie weken verbleef in de Berenlaan en op het vliegveld Kemajoran.

Op vrijdag 25 november 1949 om 19.30 uur kwamen 40 drie-tonners voorrijden om het bataljon in Batavia naar de haven te brengen.Hier ging men aan boord van de "Kota Inten", een zusterschip van de "Kota Agoeng" van de Rotterdamse Lloyd. Samen met o.m. het 3e Bat.Stoottroepen, een compagnie van de AAT, en een Niwa-gezelschap wordt definitief afscheid genomen van Java.

 
Afscheid in "Sterre der Zee" Los van de kade
 
 
Na tien dagen varen, op woensdag 7 december 1949,  werd Aden bereikt, waar de facteur van het bataljon,Chris Blom, van boord werd gehaald met pokkenverschijnselen. Via de Rode Zee en het Suez-kanaal, waar de voetbalwedstrijd Nederland-Frankrijk via de scheepsradio gevolgd werd, bereikte men in convooi, als 15e schip, Port Said. Hier werd ook om 23.00 uur de post aan boord gebracht. Op 12 december werd langzaam door de Middellandse Zee gevaren en negen dagen later door de Golf van Biscaje.
In de nacht van 23 december werd dan eindelijk de Nieuwe Waterweg opgestoomd. Na een aanvaring in dichte mist doemde tenslotte Rotterdam op: somber en grauw in de morgen van zaterdag 24 december 1949. Om 4 uur reveille en om 9 uur debarkatie. Eerst degenen die naar Friesland en Groningen gingen, de letters A en B.  Op de kade waren overste Acksen, overste Hagenouw en overste Plaisier aanwezig. Na een toespraak werden de veteranen welkom geheten door de minister van Oorlog, Fockema Andre en minister Schokking.

Daarna ging het in een rap tempo: ontschepen, door de debarkatieloods, waar geld, bonnen, brood en diverse versnaperingen uitgedeeld werden en werd men verdeeld over de diverse bussen die naar alle uithoeken van het land zouden rijden.

 

 
Zo kwam een eind aan de thuisreis, aan de tropentijd en aan de actieve dienst van 3-5 R.I.