Britsee

iinmenging

Binnen twee weken na de verklaring van Christison was er op Java een volstrekt onhoudbare chaos en een toestand van anarchie ontstaan. Het kruitvat Java was ontploft en de Britten hadden in feite de lont aangestoken. Vele tienduizenden ge´nterneerden en Indische Nederlanders, die buiten de kampen waren gebleven, werden daardoor met de dood bedreigd. Militair ingrijpen was dan ook een noodzaak.
In de tweede helft van oktober sloten de luitenant gouverneur-generaal, Van Mook, en de Britten een overeenkomst. De Britten verklaarden zich bereid zorg te dragen voor de Nederlanders. Zij waren daar alleen toe bereid op voorwaarde dat Van Mook politiek overleg zou gaan voeren met de nationalistische leiders. Ingrijpen zonder dat een opening zou zijn gemaakt in de richting van het Indonesische nationalisme, vonden zij irreŰel. Zij zouden dat tegenover het Labour-kabinet in Londen niet kunnen verkopen. Belangrijke factor was daarbij dat het leeuwendeel van de Britse troepen uit Brits-Indische eenheden bestond, onder wie nogal wat sympathie leefde voor het Indonesische nationalisme.
Vanaf 17 oktober gingen de Britten tot actie over. Deze was eerst en vooral bedoeld om de positie van de ge´nterneerden veilig te stellen. Deze actie richtte zich met name op drie gebieden. Allereerst Bandoeng, waar men na het gewelddadig ingrijpen van de troepen van generaal Mabuchi een betrekkelijk rustige situatie aantrof. Op de tweede plaats Semarang, welke stad men eveneens op 17 oktober bezette. Van daaruit rukte men met een bataljon op naar de vrouwen- en kinderkampen in Ambarawa en Magelang. Tenslotte kwam Soerabaja aan de beurt, waar op 25 oktober 4000 man Brits-Indische troepen landden onder leiding van brigade-generaal A.W.S. Mallaby.Pal na de landing rukten Mallaby's troepen meteen dwars door de stad heen op naar de interneringskampen, met name naar het Darmo-kamp, waarbij zij zich door de gehele stad verspreidden. Na een Britse blunder (Britse vliegtuigen wierpen pamfletten uit, waarbij de republikeinen werden gemaand hun wapens over te geven), braken er overal in de stad hevige gevechten uit. De positie van de Britse troepen was precair. Zij waren weliswaar goed bewapend, maar hun troepen waren over de hele stad verspreid.
Zo'n 120.000 gewapende IndonesiŰrs vielen de Britse posities aan. De gevechten droegen een hevig karakter. Vele IndonesiŰrs streden met niets anders dan met messen of gepunte bamboesperen. Een kern beschikte echter over allerlei wapens en materieel, die de Japanners eerder die maand hadden overhandigd.

In ÚÚn klap werd daarbij voor de ge´nterneerde Nederlanders een oude koloniale nachtmerrie werkelijkheid: de immense Aziatische mensenmassa's keerde zich nu ineens massaal tegen hen.
Aan het geweld in Soerabaja kwam een kort einde, doordat Soekarno en Hatta, na een Brits verzoek, een wapenstilstand tot stand brachten.
Deze duurde echter maar kort, want er braken al spoedig nieuwe gevechten uit, waarbij ook generaal Mallaby werd gedood. Uiteindelijk kwam er na een radiotoespraak van Soekarno echter een definitieve wapenstilstand tot stand. De Britten slaagden er nu in de overige vrouwen en kinderen in veilig gebied te krijgen en rond de haven te concentreren. Zo hadden zij tenslotte 6050 vrouwen en kinderen gered ten koste van maar liefst 220 doden en vermisten en 80 gewonden. Op 6 november werden de vrouwen en kinderen naar Singapore afgevoerd. Het Britse ingrijpen was echter slechts een gedeeltelijk sukses.

Zij moesten 5000 Nederlandse mannen op Republikeins gebied achterlaten. De veldslag in Soerabaja had vrijwel directe gevolgen voor de situatie in Midden-Java en met name voor het Brits-lndische bataljon, dat daarna vanuit Semarang was opgerukt. Rond 30 oktober woedde er een veldslag tussen de Britse eenheden en Republikeinse groepen, waarbij de inzet werd gevormd door de vrouwen- en kinderkampen in Magelang. Op 1 november kwam hier door toedoen van Soekarno een wapenstilstand tot stand.

O.l.v. Christison wordt op 17 november 1945 in het HQ van het Britse leger een conferentie gehouden

De nederlaag in Soerabaja, de dood van generaal Mallaby, druk van Van Mook, maar vooral ook politieke overwegingen, (zolang extremistische pemoeda's de dienst uitmaakten was politiek overleg tussen de Republiek lndonesia en de Nederlanders onmogelijk), inspireerden de Britten tot een tweede militair ingrijpen. Op 8 november landde in Soerabaja de 5e Brits-lndische divisie. De commandant vaardigde op 9 november een ultimatum uit, waarbij de Republikeinse troepen gesommeerd werden hun wapens over te geven. Toen de Republikeinen dit negeerden, braken er prompt hevige gevechten uit. Het kostte de Britten drie weken voordat zij de stad onder controle hadden. Ook toen bleef hun positie onzeker.Als een gevolg van de tweede veldslag in Soerabaja laaide de strijd ook elders weer op. ln Batavia ontstond een gespannen sfeer, met name rond de tienduizenden geŰvacueerden. Er vond over en weer een aantal aanslagen plaats. Daarbij hadden Republikeinen vooral de met Nederlanders meewerkende lndonesische topfunctionarissen in het vizier. KNIL-militairen pleegden van hun kant aanslagen op de Republikeinse premier, Sutan Sjahrir, diens medewerkers Mohamad Roem en Soebadio, op Soekarno en op de minister van Defensie, Amir Sjarifoedin. Het werd een van de redenen waarom de Republikeinse regering even later besloot naar Djokjakarta te gaan.

Pas laat in december zorgde een Britse zuiveringsoperatie voor enige verlichting. In Bandoeng vond op 24 en 25 november een grote aanval plaats op de verschillende in de stad gelegen kampen. Naar schatting werden ongeveer 1000 Nederlanders vermoord. Toen de Republikeinen op 24 november een massale aanval deden op de interneringskampen, stelden de Britten een ultimatum: De Republikeinse troepen moesten binnen 48 uur het noordelijk deel van de stad verlaten. Deze maatregel had succes. Het resulteerde in een massale evacuatie, waarbij de Nederlanders zich in Noord- en de IndonesiŰrs zich in Zuid-Bandoeng concentreerden. Er braken vervolgens weer nieuwe, zware gevechten uit. Rond Bandoeng vond in de tweede week van december een ware veldslag plaats. Er vielen 24 Britse doden. Pas na december werd het weer rustig: een situatie die de Britten met een zuiveringsactie op eerste Kerstdag trachtten af te ronden. Intussen vond, eveneens als reactie op de hernieuwde, verbitterde gevechten in Soerabaja, rond de vrouwen- en kinderkampen in Magelang een nieuw treffen plaats. Toen de Britten er in slaagden om de vrouwen en kinderen te evacueren, ontwikkelde zich een veldslag rond Amabarawa. Met de grootste moeite slaagden de Britten er uiteindelijk in om de ge´nterneerden naar Semarang te transporteren. Nadat Soerabaja na lange, uitputtende gevechten onder controle was gekomen, nadat de rust in Batavia en Bandoeng was hersteld en de ge´nterneerden uit Midden-Java naar Semarang waren afgevoerd, leek de situatie op Java min of meer tot rust te zijn gekomen. De immense geweldsexplosie die eind september, begin oktober was losgebarsten, was uitgewoed. Het betekende het einde van de 'bersiap' -periode. Er zouden ook na de 'bersiap' zware gevechten, kleinere en grotere schermutselingen plaatsvinden.