Conferenties

een akkoorden

 





 

...

Van Mook zocht naar een oplossing om zijn werk te continueren en het overleg met Sjahrir voort te zetten. Hij vond die in de wijze waarop de Franse regering met Vietnam een verdrag sloot. Van Mook schetste een overeenkomst tussen de Republiek en Nederland en overhandigde die op 25 maart aan Sjahrir. Het geheel moest gezien worden als een persoonlijke leidraad voor de IndonesiŽrs op weg naar zelfstandigheid. Kernzaken waren :

  • erkenning van de Republiek IndonesiŽ met feitelijke gezag over Java;
  • medewerking van de Republiek aan de opbouw van een federale staat;
  • evacuatie van geÔnterneerden;
  • stopzetting van de vijandelijkheden;
  • toelating van troepen;
  • onderhandelingen.

Het geheel werd besproken op 27 maart 1946 in een subcommissie, waarbij de nadruk werd gelegd dat dit een persoonlijk initiatief van van Mook was.
Uiteindelijk werd besloten dat het stuk, na een aantal wijzigingen van de Republikeinen, een overeenkomst zou gaan worden tussen de Republiek en Nederland. Een delegatie van Republikeinen en Nederlanders zou het geheel in Nederland met de regering gaan bespreken op het jachtslot Hubertus op het landgoed
Hoge Veluwe.
Van Mook lichtte de Nederlandse regering niet volledig in: hij liet voorkomen of het Bataviaas concept een Republikeins idee was. Toch zag de Nederlandse regering duidelijke verschillen met haar standpunten en die welke in het concept waren opgenomen. Belangrijke verschilpunten : feitelijke erkenning en een verdrag.

Sjahrir overigens ontkende naar zijn achterban op 2 april 1946 de overeenkomst met van Mook. De feitelijke erkenning van de Republiek op Java en Sumatra lekte nl. uit; ook Soekarno reageerde opmerkelijk tijdens een toespraak op 4 april, waarin hij zich openlijk afvroeg of 90% merdeka haalbaar was.


..

Voordat deze conferentie van start ging, vertrok een delegatie van Nederlandse onderhandelaars naar Londen om meer duidelijkheid te krijgen over militaire plannen van de Engelsen. Immers, de Engelse stonden op het punt hun troepen terug te trekken van Java. Op 12 april 1946 werd er overleg gevoerd in Downingstreet 10. Tijdens dit overleg bleek dat terugtrekking van Engelse troepen gezien moest worden als inkrimping tot 40.000 man en waarbij de vervanging gedeeltelijk door Nederland aangevuld werd met 15.000 man.

Overleg in Londen 12 april 1946
vlnr.: Kerr, van Mook, Logemann, Schermerhorn, Attlee

Toen de Engelsen de Indonesische kwestie aan de orde stelden, werd door Schermerhorn gemeld dat een oplossing mogelijk gemaakt kon worden, die het Nederlandse volk aanneembaar vond. In verband met de verkiezingen in mei '46, was een verdrag niet mogelijk.
De Britten probeerden aan te sturen op een politiek akkoord, met het Bataviaas concept als uitgangspunt. De Nederlandse delegatie ontweek talloze vragen en gaven de Engelsen een verkeerde indruk van het Nederlandse standpunt. De Britten geloofden zonder meer de Nederlanders en stelden geen eisen aan de inhoud van de Nederlandse beleidsplannen.


.

Op 14 april 1946 kwamen de Republikeinse en Nederlandse delegatie op het jachtslot Hubertus op de Hoge Veluwe voor het eerst bijeen.
Al meteen in het begin van het overleg ontstond er onenigheid over het Bataviaas concept.

Overleg op de Hoge Veluwe 14 - 24 april '46
vlnr.: Soedarsono, Soewandi, Pringodigdo, Schermerhorn, Santoso

  Het concept werd nl. al tijdens de aanvang van de conferentie door Nederland verworpen, omdat het een voorstel van Van Mook was. De Republikeinse afvaardiging zag dit geheel anders en stelde dat het een gezamenlijk concept was welke tijdens informeel overleg door Sjahrir en van Mook was opgesteld.
Men bleef van Indonesische kant vragen om een verdrag. Soewandi waarschuwde de Nederlanders dat het vergaande gevolgen zou hebben wanneer het concept niet werd aanvaard. Schermerhorn reageerde direct en legde de termen "militair ingrijpen" en "buitenlandse inmenging" op tafel. Om een patstelling te voorkomen beloofde hij dat nader overleg noodzakelijk was. Van Mook ging opnieuw aan het werk en dit resulteerde in een ander concept: Sumatra zou vertegenwoordigd worden door vertegenwoordigers die direct door de Republiek zouden worden aangewezen. Van Royen en Schermerhorn gaven echter niet toe en weigerden aan de IndonesiŽrs tegemoet te komen.

Van Mook zou zijn concept weer moeten veranderen, maar deed dit niet en vertrok naar Engeland.In het overleg dat nu volgde met de Republikeinen, ging Nederland plotsklaps verder dan de voorstellen die van Mook had gedaan en vroeg een ieder zich af waarom de ruzie met van Mook noodzakelijk was geweest.
Uiteindelijk vormde het geheel van voorstellen de basis voor een nieuwe onderhandelingspolitiek.


/

 
Maar voordat die onderhandelingspolitiek ingezet werd, was er in het Nederlandse kabinet onenigheid wie er voorzitter zou gaan worden. Het werd Schermerhorn niet gegund. De KVP verzette zich met hand en tand. Het was Van Poll die met een compromis kwam. In al die tijd voerden de Britten de druk op om te onderhandelen. Twee maanden verliepen alvorens men in ťťn week de instructies voor het overleg rond had.
Toen de delegatie vertrok op 14 september 1946, had Van Poll de instructie meegekregen van zijn partij om als tegenhanger van Schermerhorn te fungeren. De PvdA echter zag Schermerhorn als de opvolger van van Mook. Allesomvattend werd een strategie gevolgd die de besprekingen alleen maar vertraagden.
In de republiek ging het al niet veel beter. Sjahrir had niet veel credit meer.

Van Poll, Schermerhorn en De Boer vertrekken naar IndonesiŽ

De nieuwe Britse onderhandelaar, Killearn, deelde mee aan de Republikeinen dat de Britse troepen voor 1 december 1946 zouden verdwijnen. Met deze mededeling waren de kaarten geschud en zowel de Republikeinen als de Nederlanders zagen in dat er de komende tijd maar twee partijen over zouden blijven, waarmee onderhandeld of gevochten zou moeten worden.
Nu de Britten zagen dat een crisis dreigde, wilde Killearn de positie van Sjahrir versterken. Dus een nieuw kabinet onder zijn leiding.

Toen de Nederlandse delegatie aankwam, veranderden de eisen van de IndonesiŽrs:

  • wapenstilstand voor geheel IndonesiŽ : m.a.w. erkenning van republikeinse aanspraken op het hele gebied;
  • geen nieuwe troepen uit Nederland;
  • geen overdracht van macht door de Britten aan de Nederlanders.

De ontmoeting tussen beide partijen verliep erg moeizaam en was uitzichtloos. Maar tijdens een informele ontmoeting tussen Killearn en Schermerhorn kwam de oplossing: Schermerhorn en Sjahrir zouden elkaar informeel ontmoeten en de nadruk zou gelegd worden op de socialistische taak die beide mannen hadden, zodat zij beide verantwoordelijk zouden zijn voor een oplossing.

Op 1 oktober 1946 verliet Sjahrir het overleg en ging naar Djokja voor overleg met de Republikeinse leiders. De dag daarna kwam reeds een nieuw kabinet tot stand met aanhangers van Sjahrir.(o.a.
Roem)
Teruggekomen bij de Britten en Nederlanders stond hij wel met lege handen. Beide partijen verzekerden hem van het feit dat er militair ingegrepen zou worden wanneer er geen wapenstilstand zou komen.

De partijen spraken af dat er een wapenstilstandscommissie zou komen. Deze kwam in de eerste helft van oktober bijeen. Belangrijke punt tijdens die onderhandelingen was hoe de militairen zouden reageren op de komst van nog meer Nederlandse troepen. Sjahrir wilde dit verminderen. Dit werd door de Nederlanders aanvaard.
De Britse onderhandelaar Killearn zag de overeenkomst als een groot succes. Zowel Generaal Spoor als Soedirman gaven door aan hun troepen, dat de wapenstilstand een feit was, en er vanaf dat moment geen gevechtshandelingen meer mochten plaatsvinden.In feite was de wapenstilstand door beide legers niet gewild; de Indonesische militairen wilden hun regering niet in verlegenheid brengen en de Nederlandse militairen wilden zich niet laten intimideren.



Soedirman

   
Besprekingen over de wapenstilstand (okt '46) Bereikt akkoord op 14 oktober 1946

Met de wapenstilstand kon men de weg inslaan naar verder overleg. Dit had plaats in Lingadjatti


 

De internationale gemeenschap veroordeelde het optreden van Nederland tijdens de eerste politionele actie scherp en men drong aan op onderhandelingen. Ook de leiders van de deelstaten van de Republiek onderschreven dit. (Daarnaast gingen de guerrilla-activiteiten van de TNI door.)
De Nederlandse regering stond op het standpunt dat het conflict met de Republiek een binnenlandse aangelegenheid was. De buitenlandse opinie en de Veiligheidsraad waren een andere mening toegedaan.

Door deze omstandigheden werd de Nederlandse overheid gedwongen tot serieuze onderhandelingen., die uiteindelijk zouden leiden tot het
Van Roijen-Roem-akkoord.
In het voorjaar van 1948 organiseerde
Van Mook een conferentie te Bandoeng.
Aan de orde zou o.m. de technische opbouw van de Republiek aan de orde komen. Voor Van Mook eindigde deze conferentie in een teleurstelling, want de leider van de deelstaat Oost-IndonesiŽ (Federalisten) stuurde aan op een wig tussen Nederland en de Republiek.

In juli 1948 werden de resoluties van Bandoeng opgesteld. Gestreefd werd om een interim-regering te vormen met vergaande Indonesische bevoegdheden. Dit was tegen de zin van Van Mook, die de aansturing liever in Nederlandse handen zag. Tezelfdertijd liepen de verhoudingen tussen Van Mook en minister Sassen van overzeese gebiedsdelen uiteen, wat eigenlijk de IndonesiŽrs ten goede kwam.
Gevolg was dat Van Mook zijn ontslag indiende.

In de Verenigde Staten had men veel waardering gekregen voor het feit dat de Republikeinen in september de opstandige communisten te Madioen weten te verslaan. Deze overwinning was van groot belang, daar de Amerikanen in deze tijd alles wat naar communisme neigde, de kop probeerde in te drukken. Men kreeg steeds meer begrip voor de republikeinse standpunten. Daarom werd er bij de Nederlandse regering op aangedrongen de onderhandelingen te hervatten. Van een neutraal beleid van de VS werd meer en meer geschoven in de richting van een openlijke steun aan de republiek.

16 januari 1948:Graham (li) als onderhandelaar van de door de Veiligheidsraad benoemde commissie van goede diensten, in gesprek met Sjahrir en Hatta.

Na de tweede politionele actie stuurden de Federalisten aan op een herstel van de regering in Djokjakarta. Ook dit werd in een besluit te Bandoeng aangegeven. Gevolg : woede bij de Nederlandse regering. Toch moesten de Nederlanders steeds meer slikken.
Toen de Amerikanen er ook nog bij de Nederlanders op aan drongen, om de besprekingen met de republikeinen te continueren, daar
anders de Marshall-hulp wel eens stopgezet zou kunnen worden, zag het kabinet in dat het in een internationaal isolement was gekomen en besefte dat het volledig toe moest geven.

Eind 1948, ver na de eerste politionele actie, was het grootste deel van IndonesiŽ, dat niet bij de Republiek behoorde, door het akkoord van Lingadjatti, uiteindelijk gegroeid naar 13 verschillende staatjes.
Nederland legde zich hierbij snel neer in de wetenschap dat er een opbouw noodzakelijk was, nadat het conflict met de republiek was bijgelegd.


>


Batavia : bespreking ter voorbereiding aan de verklaring van Roijen-Roem. (van Roijen in donker kostuum).


Op 7 mei 1949 werd het
Van Roijen-Roem-akkoord getekend, wat weer zou leiden tot de uiteindelijke soevereiniteits-overdracht. In dit akkoord werden o.m. vastgelegd:

  • een wapenstilstand
  • ontruiming van Djokjakarta
  • vrijlating van Soekarno, Hatta en andere Republikeinse leiders
  • voorbereiden van een Ronde-Tafel-conferentie

Dit akkoord is uiteindelijk de oplossing geweest voor het jarenlang slepende conflict, waarbij aan beide zijden onnoemelijk veel slachtoffers zijn gevallen.
Het belangrijkste aspect binnen het verdrag was echter was het feit dat er in IndonesiŽ geen overgangsregering onder Nederlandse leiding zou komen.

 

 

 

 


Opening van de Ronde Tafel Conferentie te Den Haag door Hatta; rechts van hem : Roem

Op 23 augustus 1949 werd de Ronde Tafel Conferentie gehouden, waarbij alle militaire, financiŽle en economische aspecten werden bepaald. Deelnemers aan die conferentie waren Nederland, de deelstaten en de Republiek. De VN-commissie voor IndonesiŽ was bemiddelaar. Voordat de conferentie begon was er door de Republiek al overlegd met de deelstaten en werden garanties afgegeven wanneer de onafhankelijkheid een feit zou zijn.
Bepaald werd dat :

  • Nederland  nog in 1949 de soevereiniteit over Nederlands-IndiŽ zou overdragen aan de Verenigde Staten van IndonesiŽ;

  • Nederland zeggenschap zou blijven houden over het westen van Nieuw-Guinea;

  • de Republiek IndonesiŽ  een deelstaat zou vormen van de Verenigde Staten van IndonesiŽ;

  •  het KNIL zou worden opgeheven;

  •  Nederlandse KNIL-militairen konden overgaan naar het Nederlandse en Indonesische KNIL-militairen naar het Indonesische leger;

  • de Nederlandse troepen  binnen 6 maanden zouden repatriŽren;

  •  IndonesiŽ de Nederlandse economische belangen zou respecteren en dat het de staatsschuld t.a.v. de kolonie over zou nemen.