NJava / Suma

tra 1945



 

Situatie van de Nederlandse burger en militaire geÔnterneerden:
In gebieden zoals Thailand, Burma, Singapore en Japan, waar vele duizenden Nederlanders zaten, waren de Britten en Amerikanen snel aanwezig. In het geval van Japan werden alle geallieerde POW's, ook de Nederlandse, snel afgevoerd; de Nederlanders werden daarbij onder andere naar Manilla getransporteerd. Sommigen zouden van daaruit in Oost-IndonesiŽ terecht komen. In Thailand en Burma liep dit geheel anders. Britse, Australische en Amerikaanse krijgsgevangenen werden pijlsnel geŽvacueerd. Al voor 1 oktober was iedereen weg! Maar de Nederlanders echter bleven achter. Het was een ervaring die velen verbijsterde en verbitterde. Ook het verbod om de kampen te verlaten werd niet begrepen. Men maakte zich bovendien zorgen over de vrouwen en kinderen, die veelal op Java zaten. Toen even later de berichten doorkwamen over het geweld op Java, leidde dit tot grote onrust.

KNIL-officieren formeerden intussen bataljons (zo'n 10000) man), die al gauw voor de bezetting van Oost-IndonesiŽ konden worden ingezet. Eerst in februari/maart 1946 werd echter een begin gemaakt met de evacuatie van de resterende mannen! De situatie in Oost-IndonesiŽ en Borneo was intussen geheel anders. Dankzij aanwezigheid van twee Australische divisies konden deze gebieden snel worden bezet. De AustraliŽrs traden zeer efficiŽnt op: zij behielden de algehele supervisie, maar stelden de Japanners allereerst verantwoordelijk voor de handhaving van rust en orde. Inmiddels waren in Bangkok, Singapore en in Manilla de al genoemde KNIL-compagnieŽn geformeerd uit de voormalige krijgsgevangenen. Deze werden nu, ondanks hun veelal slechte fysieke conditie, met Australische toestemming in Oost-IndonesiŽ ingezet en namen daar de directe verantwoordelijkheid van de AustraliŽrs over.



..

Het gaf de AustraliŽrs gelegenheid om hun troepen snel te repatriŽren. Als gevolg van deze snelle overname door het KNIL kreeg Nederland al in november 1945 weer de supervisie over Oost-IndonesiŽ en Borneo in handen. De situatie op Sumatra was van meet af aan totaal anders, Britse troepen zouden er pas in oktober landen. Over de houding van de Indonesische bevolking liepen de meningen van Britse en Nederlandse waarnemers enigszins uiteen: van uitgesproken pro-Nederlands tot afwachtend. Zeker is dat het nationalisme intussen terrein won. De frequentie van het aantal demonstraties groeide en Japanners droegen wapens over aan IndonesiŽrs. Er ontstond een explosieve situatie, die een toenemend gevaar opleverde voor de kampen. De contactgroepen zetten nu alles op alles om de geÔnterneerden zo snel mogelijk af te voeren naar de kust en ze in Padang, Medan en Palembang te concentreren.
De algehele situatie verslechterde aanzienlijk na aankomst van Nederlandse functionarissen. Met name de houding van de Japanners werd nu erg onzeker. Toen op 10 en 22 oktober 1945 Britse troepen landden, werd dan ook een zucht van verlichting geslaakt. Overigens veranderde de houding van de Japanners na de Britse landing. Zij ondernamen op Brits verzoek een aantal militaire acties. De toestand op Sumatra was daardoor eind 1945 betrekkelijk rustig.


Omdat de Britten afwezig waren, bleef in feite de Republiek Indonesia in wording en het Japanse leger als machtsfactor over. Het daadwerkelijk bestuur kwam echter in handen van de Republiek. De door de Japan benoemde departementshoofden bleven trouw aan Japan, maar waren in werkelijkheid steunpilaren van de Republiek. Het eerste Republikeinse kabinet van Soekarno wordt daarom wel 'dubbelregering' genoemd.
De Republiek Indonesia kreeg meer aanhang: na 17 augustus 1945 werden overal lokale nationale comitť's opgericht. Eind augustus verklaarde het Indonesische Bestuur zich voor de Republiek.

Soekarno spreekt het Congres van het Indonesische Bestuur toe

Het nieuws van de Japanse overgave bereikte de kampen langzaam. Er heerste dan ook vaak ongeloof. Op de onafhankelijkheidsproclamatie van de Indonesische Republiek reageerde men met onbegrip. Diegenen die de verklaring serieus namen, waren er vanuit het aloude koloniale superioriteitsgevoel tegelijkertijd van overtuigd dat de IndonesiŽrs dit niet zouden kunnen klaar spelen. Er bestond - mede vanuit een hang naar herstel van het vertrouwde IndiŽ - een overtuiging, dat een terugkeer van het Nederlandse gezag noodzakelijk was. Slechts kleine groepen intellectuelen hadden tijdens de kampperiode gediscussieerd over de noodzaak om IndiŽ meer onafhankelijkheid te geven.

Buitengewoon vreemd voor de meeste ex-geÔnterneerden was ook dat er geen einde kwam aan het kampleven. Op verzoek van Mountbatten bleefde Japanse bewaking aanwezig. Het enige verschil was dat de voedseltoestand verbeterde en dat de bewakers nu een geheel andere, vriendelijker houding aannamen. De geallieerde hulporganisatie, de 'Recovery of Allied Prisoners ofWar and Internees' kreeg steeds meer activiteiten. De teams ondervonden bij hun activiteiten van Indonesische kant in het begin geen belemmeringen. De duizenden Nederlanders, die inmiddels op pad waren gegaan op zoek naar hun familie, werden wel geconfronteerd met het toenemende nationalistisch gevoel aan Indonesische zijde.

Door Nederlandse waarnemers werd gerapporteerd, dat er een duidelijk onderscheid was tussen de lagen van de beroepsbevolking, die om economische motieven vriendelijk tegenover de teruggekeerde Nederlanders optraden, en de rest van de bevolking. De intellectuelen en semi-intellectuelen gingen alle contact uit de weg en het grote publiek hield zich afzijdig.

Dit alles betekende niet dat er onder de oppervlakte geen spanningen waren. Het betekende ook niet dat de negatieve herinneringen aan de Nederlandse periode ineens verdwenen zouden zijn en dat de ontwikkelingen die tijdens de Japanse bezetting in gang waren gezet niet meer doorwerkten.
Onder de tienduizenden jongeren, die kort daarvoor lid waren geweest van de uiterst nationalistisch ingestelde, anti-geallieerd en anti-Nederlands geÔndoctrineerde para-militaire eenheden, was genoeg strijdlust aanwezig. Deze organisaties waren op 17 augustus in opdracht van de Geallieerden door de Japanners ontbonden. Tienduizenden gedemilitairiseerde jongeren waren daardoor op straat komen te staan. Dat de vrij rustige situatie, die er desondanks in de eerste helft van september heerste, omstreeks medio september omsloeg naar toenemende onrust, is een waarneming die door velen Nederlanders en IndonesiŽrs, is gedaan.

Demonstratie in Batavia op 19 sept. 1945

Deze ommekeer volgde nl. na de komst van de eerste geallieerde militaire eenheden: de kruisers HMS 'Cumberland' en HMS 'Tromp', op 15 september in de baai van Batavia. De aankomst van deze Britse en Nederlandse kruisers werd door vele IndonesiŽrs gezien als het begin van een poging om het Nederlands koloniaal gezag te herstellen, kortom als een directe bedreiging van de net verworven onafhankelijkheid.
Het leidde tot een stijgende onrust, die zich in eerste instantie vooral uitte in een toenemend aantal leuzen, pamfletten en affiches. Ook de aanwezige ex-geÔnterneerden en leden van de RAPWI-teams werden nu ineens gezien vertegenwoordigers van koloniaal Nederland.
Botsingen tussen IndonesiŽrs, RAPWI-functionarissen en geÔnterneerden bleven niet uit. Op 19 september vond een incident plaats in het Oranjehotel in Soerabaja. Ex-geÔnterneerden hesen hier de Nederlandse vlag; een toegestroomde Indonesische menigte omsingelde daarop het hotel met de angstige Nederlanders en verving de driekleur door 'Sang Merah Putih', het Republikeinse Rood-Wit.


Een dag later vond in Bandoeng een incident plaats waarbij een Indo-Europeaan een Indonesische bewaker beschoot en, toen een menigte toesnelde, een IndonesiŽr om het leven bracht.De begrafenis van het slachtoffer leidde tot een massale demonstratie. Het aantal incidenten nam in de tweede helft van september fors toe. Inzet vormden doorgaans vlagvertoon, wapenbezit en huizen. Heel wat Nederlandse huizen waren in Indonesische handen geraakt en de vroegere eigenaren eisten nu hun eigendom terug. Niet alleen Nederlanders vormden doelwit, maar ook Japanners. Op 23 september bestormden Indonesische pemoedas in Soerabaja het hoofdkwartier van de gehate Kempeitai. Het werd het begin van een massale beweging waarbij overal overheidsgebouwen en openbare nutsbedrijven door Indonesische pemoedas werden overgenomen.Ondanks het toenemend aantal botsingen bleef het geweld echter tot dan een incidenteel karakter houden. De Revolutie, die tot dan toe een vrij burgerlijk en rustig karakter had gedragen, ging nu de straat op maar miste reŽle militaire kracht. Ondanks het toenemend nationalistisch elan waren de meeste Nederlandse en Britse waar- nemers ter plaatse er dan ook van overtuigd, dat zij door doelgericht gewapend ingrijpen nog wel bedwongen zou kunnen worden.


.

Er waren gedurende het grootste deel van september op Java geen Britse troepen aanwezig. Wel waren er de contactgroepen, die op Sumatra zo'n belangrijke rol wisten te spelen ten opzichte van de Japanners. Op Java slaagden deze contactgroepen er echter niet in, de Japanners te bewegen tot het handhaven van orde en veiligheid. De Japanse troepen begonnen zich terug te trekken in eerder in gereedheid gemaakte kampen. Voor Java was het van het grootste belang welke houding de Britten bij de voorgenomen landing op 29 september zouden aannemen. Mountbatten echter liet zich voorlichten door waarnemers en zijn vrouw! Zij kwam in contact met een aantal voormalige Britse krijgsgevangenen, die haar andere impressies gaven van de situatie. Zij liet zich vooral inspireren door de uit Zuid-Afrika afkomstige Britse kolonel Laurens van der Post. Deze had zich een eigen beeld van de situatie gevormd en wist dit nu op Lady Mountbatten over te dragen. Het kwam er op neer, dat geheel Java in opstand verkeerde en beheerst werd door een tot de tanden toe gewapend Republikeins leger van zo'n 100.000 man sterk. Dit verhaal maakte op Mountbatten diepe indruk. Hij wilde voorkomen dat hij in een kruitvat terecht zou komen en dat hij daarbij zou worden gedwongen om een koloniale oorlog te voeren, om zodoende het Nederlands gezag te herstellen. Mountbatten besloot daarom zijn bevelhebber, luitenant-generaal sir Philip Christison, de opdracht te geven tot een zo beperkt mogelijk optreden.

Op 29 september sprak Christison over de radio ter gelegenheid van de landing van het eerste Britse bataljon 'Seaforth Highlanders' een verklaring uit. Daarbij stelde hij dat de Britse troepen alleen bepaalde gebieden zouden bezetten. Daarbuiten zouden de Republiek Indonesia en Japan verantwoordelijk zijn voor orde en rust. De Britten waren alleen geland om de evacuatie van de geÔnterneerden. Aan Nederland had men al de eis gesteld van overleg met de nationalistische leiders. In de tussentijd zouden er geen Nederlandse troepen op Java worden toegelaten. Deze verklaring van Christison bevatte in feite twee kenmerken:

  • erkenning van de Republiek
  • de uitspraak dat de Britten niet zouden ingrijpen

25 okt. 1945 Christison en Soekarno in gesprek


 

...

De gevolgen bleven dan ook niet uit:
Voor de Republikeinse pemoedas werkte de verklaring als een vrijbrief en als een enorme stimulans voor de acties waar men al mee bezig was. Het gevolg was een explosie van geweld tegen Nederlanders, pro-Nederlandse IndonesiŽrs, maar ook tegen het Indonesisch bestuur, de 'Pamong Pradja'. De verklaring van Christison had ook gevolgen voor de houding van het Japanse leger, Het leger achtte zich nu van alle verantwoordelijkheid ontslagen. Nu de Britten de Republiek Indonesia mede verantwoordelijk hadden verklaard voor de handhaving van rust en orde, droeg men massaal alle wapens aan de jongerengroepen over. De wapenoverdrachten begonnen in Soerabaja, waar alle wapens op 1 oktober werden overgegeven. Vanaf 3 oktober volgden Soerakarta, Djokjakarta, Magelang (waar generaal Nakamura op 13/14oktober zijn wapens overdroeg) en Madioen. In Semarang vond slechts een gedeeltelijke overdracht plaats, daar greep op 15 oktober de Japanse majoor Kido in, die de stad schoon veegde.

Ook in Batavia bleven de overdrachten beperkt, omdat men hieral te veel onder Britse controle stond. In Bandoeng kwam het niet tot wapenoverdrachten, omdat na een incident op 10 oktober de plaatselijke commandant, generaal Mabuchi, besloot in te grijpen. De pemoedas in West-Java kregen daardoor relatief weinig wapens in handen. Er ontstond al met al op Java een bijzonder chaotische situatie. Rond 9 oktober waren alle verbindingen verbroken of erg slecht. Onder de strijdkreet "siap" gingen nu overal pemoedas systematisch tot de aanval over op de geÔnterneerden in en buiten de kampen. Overal waren er aanslagen en vonden er ontvoeringen en moorden plaats. Er was sprake van een systematische vervolging van al wat blank was. Niet alleen Nederlanders werden slachtoffer, maar ook duizenden IndonesiŽrs. De burgerlijke fase van de Indonesische Revolutie werd vervangen door een uiterst gewelddadige 'Pemoeda revolutie'. Hierin was het geweld dominant van honderden strijdgroepen, die ter plekke waren gevormd en met Japanse wapens bewapend. Het kwam er op neer, dat er sprake was van honderden plaatselijke revoluties zonder centrale leiding en zonder enig gezag of controle door de oudere nationalistische leiders. De Republiek Indonesia kwam in een staat van volstrekte anarchie terecht.

Generaal Soetomo op 10 november 1945, de massa ophitsend in Soerabaja
 
Op 2 oktober 1945 kwam de luitenant-gouverneurgeneraal, dr. van Mook, in het door Engelse troepen bezette Batavia aan. Publiek en regering in Nederland verwachtten niet anders dan dat het koloniale gezag snel en krachtig zou worden hersteld. In het algemeen werden de Indonesische nationalisten als collaborateurs en extremisten beschouwd, met wie beslist niet te onderhandelen viel. Van Mook zag echter wel in dat een vrijwel volledige terugkeer naar de oude verhoudingen onmogelijk was.
 
De met buitengewone volmachten beklede landvoogd van Mook in een informeel gesprek met oorlogscorrespondenten gewikkeld. Overal in Batavia waren anti-Nederlandse leuzen te lezen en een daarvan, misschien ten behoeve van de Britten in het Engels gesteld, luidde : Van Mook, whatcha doin'here ?
 
Mars van de Lasjkar Rakjat op 28 februari 1946 voor de opening van het congres van het KNIP Soedirman spreekt op 1 maart 1946 het Indonesische parlement toe.